Toepassingskaart 3, Hersenvriendelijke les

De hersenvriendelijke les heb ik uitgevoerd op 11 oktober 2011.

Stagegroep: 1
Aantal leerlingen: 20
Lesduur: Ongeveer 20/25minuten.

Beginsituatie: We werken met het thema Herfst. Hier sluit de praatplaat goed op aan.

Lesdoel leerlingen: -De leerlingen vertellen wat zij op de plaat zien en geven hier betekenis aan.
-De leerlingen worden gestimuleerd mee te doen aan een interactief gesprek.

Lesdoel student: Ik wil de leerlingen zoveel mogelijkheid stimuleren mee te doen met het interactieve gesprek. Dit wil ik doen door de leerlingen de ruimte te geven om op elkaar te reageren en ook leerlingen die niets uit zichzelf zeggen bij het gesprek te betrekken.

De les:

De leerlingen zitten in de kring en naast mij heb ik een praatplaat met daarop allerlei tafelrelen die bij de herfst horen. Ik laat de leerlingen zoveel mogelijk zelf vertellen wat zij op de plaat zien. Eventueel stel ik ook vragen wanneer het gesprek even vast loopt. Dit kunnen vragen zijn zoals:
-Waaraan kun je zien dat het herfst is?
-Welke dingen doe jij buiten als het herfst is (zoals bladeren zoeken, kastanjes zoeken)
-Wat zie je nog meer (als stimulans)

Belangrijk is dat ik de dingen op de plaat zoveel mogelijk koppel aan de eigen belevingswereld van de leerlingen, zodat zij gestimuleerd worden om over eigen ervaringen te vertellen.

De reflectie:

Ik ben tevreden over de volgende punten:
-Dat ik de gebeurtenissen op de praatplaat heb gekoppeld aan de eigen belevingswereld van de leerlingen. De leerlingen waren erg enthousiast en het vertellen over de dingen die zij zelf hebben meegemaakt. Dit zag ik aan alle handen die de lucht in gingen toe de eigenervaringen aan bod kwamen (bij zoveel mogelijk dingen die te zien waren) en sommige leerlingen gingen zelfs staan om hun vinger nog hoger in de lucht te krijgen.

-Dat ik bewust geprobeerd heb me niet teveel in het gesprek te mengen, ook al was dit niet altijd even makkelijk.

Dit zou ik een volgende keer anders doen:
-Ik zou ervoor zorgen dat iedereen de praatplaat goed kon zien. De leerlingen naast me had ik op een andere plaats moeten zetten zodat zij de plaat beter hadden kunnen zien.

-Minder snel de antwoorden 'voorzeggen'. Ik heb de neiging dit te doen om het gesprek sneller te laten verlopen, maar het is voor de leerlingen leuker om hen even naar het antwoord te laten raden.

De reflectie van de leerlingen:

Wat heb je geleerd? -Dat de kinderen op de plaat dingen doen die ik zelf ook leuk vind. -Dat het veel regent en waait in de herfst. -Dat de bladeren juist in de herfst van de bomen vallen en waarom dit zo is.
Wat vond je leuk/minder leuk en waarom?-De juf wist heel veel van de herfst want als ik wat vroeg, wist ze het, dat was heel leuk. -Ik kon de plaat niet helemaal goed zien, dat vond ik wel jammer. -Ik mocht veel vertellen over wat ik zelf deed, dat vond ik leuk want ik hou van vertellen.
Wat vond je makkelijk/moeilijk en waarom? -Ik vond het makkelijk om te vertellen, want dat doe ik al heel veel. -Ik vond het soms wel een beetje moeilijk om te vertellen, want ik weet niet zo goed hoe ik dat moet doen.
Wat zou je nog meer willen leren?- Wat gebeurd er in de winter met de bladeren?-Wanneer de herfst weer komt (vond ik wel een grappig antwoord)

Toepassingskaart 6A, Geef de muis een huis

Naam van het ontwikkelingsmateriaal: Geef de muis een huis.

 

Materiaalkenmerken: Blokken in verschillende vormen en groottes.

 

Materiaalsoort: Hout, vormgevend.

 

 

 

Hanteerbaarheid: Goed materiaal om mee te bouwen. Hout is glad en splintert niet. De doos is echter ingewikkeld en slecht in te ruimen. Dit kan tijdens het opruimen problemen geven.

 

 

 

Uitvoering: De kinderen hebben een knuffel van een muisje, en als voorbereiding een prentenboek over een muisje zonder huisje. Aan de kinderen is het de opdracht om een huis te bouwen voor de muis die voldoet aan enkele criteria. Deze kunnen zijn: de muis moet in het huis passen, er moet een deur in het huis zitten, er moet een dak op het huis zijn.

 

 

 

Aantrekkelijkheid: Over het algemeen vinden kinderen het erg leuk om te bouwen, zeker wanneer zij een leuk introduceren verhaal hebben gekregen. Ook de schattige muis trekt de aandacht.

 

 

 

Beschrijf het materiaal en doe er een afbeelding bij: Deze kun je zelf toevoegen.

 

 

 

Bedoeling van het materiaal:

 

-Brede ontwikkeling: Het maken van een fantasie bouwwerk stimuleert de creativiteit.

 

-Specifieke kennis en vaardigheden: Het stimuleren van een ruimtelijk inzicht, het stimuleren van motorische vaardigheden.

 

 

 

Gebruiksmogelijkheden: Oefenen van oog- hand coördinatie. Oefenen van de grove motoriek. Leren samenwerken door het bouwen in groepjes.

 

 

 

Hoe kun je het materiaal gebruiken?
Je kunt de kinderen vrij laten door ze zelf een bouwwerk te laten maken, maar voor de jongsten zou je ook een bouwwerk als voorbeeld kunnen neerzetten.

 

Is er een toelichting nodig voor het gebruik?

 

Ja, na het voorlezen van het verhaal is het belangrijk de opdracht goed uit te leggen. Ze moeten een huis bouwen, dus geen flat, toren of berg. Ook is het belangrijk duidelijk aan te geven aan welke criteria het bouwwerk moet voldoen.

 

 

 

Is het materiaal zelfcorrigerend?

 

Nee, de kinderen kunnen heel trots zijn op een bouwwerk die niet aan de opgegeven criteria voldoet. Zie er dus als leerkracht op toe dat ze zich aan de criteria houden. Dit om tranen te voorkomen.

 

 

 

Het is geschikt voor:

 

Individueel gebruik, in tweetallen of in groepjes.

 

 

 

Voor welke leeftijd geschikt?

 

De makkelijke vorm (inclusief bouwwerk als voorbeeld) voor de jongsten (4-5) en de moeilijkste vorm (exclusief voorbeeld) voor de oudsten (6-8).

 

 

 

Toepassingskaart 6A, Penta

Naam van het ontwikkelingsmateriaal à Pentra (oog-hand coördinatie)

Materiaal kenmerken à Platte en gladde kaarten met plaatjes erop.

Materiaalsoort à Geplastificeerde kaarten waar je met een stift op kan tekenen en weer weg kan halen. Verder zijn de kaarten en de doos vierkant.

Hanteerbaarheid à Het is moeilijk uit de doos te halen, wel mooie en gladde kaarten dus je kan er makkelijk met je vinger of met een stift overheen glijden. Misschien de kaarten wel iets groter maken. De plaatjes zijn wel leuk en passen goed bij de belevingswereld van die leeftijd.

Uitvoering à De tekeningen completeren.

Aantrekkelijkheid à Er worden leuke plaatjes en kleuren gebruikt. Verder is het herkenbaar voor de leerlingen.

 

 

Bedoeling van het materiaal:

 

  • Voorstellen vormen en creativiteit

     

  • Reflecteren op eigen gedrag

     

  • Zelfstandigheid

     

  • Motorische vaardigheden

     

 

 

Gebruiksmogelijkheden:

 

 

 

Doel à Het op elkaar afstemmen van handbewegingen en visuele waarneming (oog-hand coördinatie)

 

 

Gebruiken à Met je vinger of een stift de vormen volgen.

 

 

Is er toelichting nodig à Ja, maar dat kan kort.

 

 

Is het materiaal zelfcorrigerend à Nee, tenzij je het met de stift doet.

 

 

Het is geschikt voor:

  • Individueel gebruik
 

 

Leeftijd à Kleuter 4 t/m 6 jaar

 

Toepassingskaart 6A,Tel Wel

Naam van het ontwikkelingsmateriaal à Tel Wel

Materiaal kenmerken à Het materiaal is in verschillende en aantrekkelijke kleuren. Ook wordt er gebruik gemaakt van verschillende vormen.

Materiaalsoort àHet materiaal is gemaakt van hout en plastic.

Hanteerbaarheid à De nopjes en stippen in het spel zijn moeilijk om te pakken, hier zal een kind met een nog niet goed ontwikkelde fijne motoriek moeite mee hebben.

Uitvoering àJe neemt een getal in een bepaalde kleur en legt dit op het bord, hierbij zoek je van alles het juiste aantal. Zo maak je gebruik van de bijbehorende verschillende vormen, kleuren en materialen.

Aantrekkelijkheid àHet spel ziet er leuk en aantrekkelijk uit door de vele kleuren en de verschillende leuke plaatjes. Verder past het ook goed bij de werkelijkheid en belevingswereld van de kinderen.

 

 

Bedoeling van het materiaal:

 

  • Communiceren
  • Samen spreken en samen werken
  • Zelfstandigheid
  • Motorische vaardigheden
  • Waarnemen en ordenen
  • Schematiseren en symboolvorming
  • Hoeveelheden en bewerkingen
 

 

Gebruiksmogelijkheden:

 

 

 

Doel à Het materiaal stimuleert de functionele ontwikkeling, het visueel waarnemen (van constantie, plaats van ruimte en structuur van het fuguur)

 

 

Gebruiken à Je maakt gebruik van verschillende materialen en opdrachtkaarten. Zo maak je elke plaat compleet met de juiste materialen en kleuren.

 

 

Is er toelichting nodig à Ja, maar dat kan wel kort.

 

 

Is het materiaal zelfcorrigerend à Nee, want je kan het niet omdraaien en controleren of je iets fout hebt gedaan.

 

 

Het is geschikt voor:

  • Individueel gebruik
  • Tweetallen
  • Groepjes leerlingen
 

 

Leeftijd à Kleuter 4 t/m 6 (lager) en voor buitengewoon onderwijs

 

Toepassingskaart 6A, Vouwen

Naam van het ontwikkelingsmateriaal à Vouwblaadjes met voorbeeld

Materiaal kenmerken à Het voorbeeld is een uitgevouwen tekening met daarop lijntjes waarop je moet vouwen, genummerd in de volgorde waarop je moet vouwen. Aan de zijkant is een voorbeeld getekend van het uiteindelijke resultaat. Om deze figuren na te vouwen liggen er verschillende kleuren en maten vouwblaadjes. De resultaten kunnen afgemaakt  worden met ogen, mond of andere ideeën.

Materiaalsoort à Het voorbeeld staat op een wit a4tje. De blaadjes waarmee je zelf gaat vouwen zijn er in verschillende kleuren en maten.

 Hanteerbaarheid à Het is makkelijker om te kiezen voor een groot vouwblaadje. Met kleine vouwblaadjes moet je erg precies werken en is het lastiger.

Uitvoering à Je moet kijken naar het voorbeeld en deze lijntjes in de goede volgorde na vouwen. Lastig is soms te ontdekken hoe ze een lijn precies gevouwen hebben.
 Aantrekkelijkheid
à Het eindresultaat is erg aantrekkelijk. Er zijn verschillende dieren die er leuk uitzien.

 

 

Bedoeling van het materiaal:

 

  • Uiten en vormgeven
  • Zelfstandigheid
  • Zelfsturing
  • Motorische vaardigheden (fijne motoriek)
  • Redeneren en probleemoplossend
  • Vorstellingen vormen en creativiteit
 

 

Gebruiksmogelijkheden:

 

 

 

Doel à De kinderen vouwen een dier na aan de hand van een voordbeeld. Hiervoor gebruiken zij een stappenplan. Belangrijk is dat dat de kinderen goed naar het voorbeeld kijken en proberen uit te zoeken hoe de lijnen gevouwen moeten worden.

 

 

Gebruiken à Je maakt gebruik van een stappenplan om te vouwen.

 

 

Is er toelichting nodig à Een korte toelichting dat de kinderen echt goed moeten kijken naar de lijnen om ze goed na te vouwen. Daarin is het ook van belang dat de kinderen de volgorde van de lijnen aanhouden om tot een goed resultaat te komen.

 

 

Is het materiaal zelfcorrigerend à Als je niet goed gevouwen hebt kom je niet tot het goede resultaat. Wat je precies fout hebt gedaan moet je zelf goed bekijken aan de hand van het voorbeeld.

 

 

Het is geschikt voor:

  • Individueel gebruik
 

 

Leeftijd à Dat ligt ook aan de moeilijkheid van de lijnen en het aantal lijnen in het figuur. Over het algemeen zou ik toch zeggen dat de bovenbouw hier het beste zelfstandig mee aan het werk kan gaan. Sommige dieren vragen veel precisie en de lijnen zijn niet de lijnen die in het algemeen bij de jonge kinderen terug komen, zoals het kruis of de 16 vierkantjes. Zelfs als je de kinderen het voorbeeld laat uitknippen en precies laat vouwen op de lijntjes blijven veel figuren lastig. Wij hebben het zelf niet voor elkaar gekregen alle voorbeelden te gebruiken. Er moet goed gekeken worden naar de moeilijkheid per figuur.

 

Toepassingkaart 6A, ontwikkelingsmaterialen.Frobel mozaiek

Photobucket" alt=" " width="38" height="30">Naam van het ontwikkelingsmateriaal: Fröbel mozaïek.

Materiaalkenmerken: Verschillende vormen en kleuren.

Materiaalsoort: Plastic, vormgevend.

Hanteerbaarheid: Sommige stukjes zijn wat klein, slecht op te ruimen.

Uitvoering: Vormen naleggen op de kaarten.

Aantrekkelijkheid: Veel kleur, dus aantrekkelijk voor kinderen.

 

 

Beschrijf het materiaal en doe er een afbeelding bij: Deze kun je zelf toevoegen.

 

 

Bedoeling van het materiaal:

-Brede ontwikkeling: Voorstellingen vormen en creativiteit. Uiten en vormgeven.

-Specifieke kennis en vaardigheden: Motorische vaardigheden. Waarnemen en ordenen. Schematiseren en symboolvorming.

 

 

Gebruiksmogelijkheden: Oefenen van oog- hand coördinatie. Oefenen van de fijne motoriek. Leren van vormen en kleuren.

 

 

Hoe kun je het materiaal gebruiken? Figuren naleggen op kaarten of naast kaarten op de tafel.

 

 

Is er een toelichting nodig voor het gebruik? Nee, het spreekt voor zich.

 

 

Is het materiaal zelfcorrigerend? Ja, want als je fouten maakt, zie je die.

 

 

Het is geschikt voor: Individueel gebruik.

 

 

Voor welke leeftijd geschikt? De makkelijkere vormen voor de jongsten (4-5) en de  moeilijkere vormen voor de oudsten (6-8).

 

 

 

Bijeenkomst 5

Wat was nieuw voor je?

Het was nieuw voor me dat je je lessen aan kunt passen aan de manier waarop kinderen het prettigst werken en dat je dit ook vooral kunt gebruiken bij het aanpakken van leerproblemen.

Wat heb je daarvan geleerd?

Ik heb geleerd dat het heel nuttig kan zijn om in je (stage)klas te kijken/uit te zoeken hoe de kinderen het prettigst leren.

Wat ben je van plan met deze nieuwe kennis en inzichten te gaan doen in de stage?

Ik ben van plan om te kijken hoe mijn stagegroep het beste leert, dus welke kinderen er doeners, denkers, beslissers of juist dromers zijn.

Bijeenkomst 4

Wat was nieuw voor je?

Wat nieuw was voor mij was dat er veel verschillende leerlingvolgsystemen bestaan en dat er veel verschil zit in overzichtelijkheid. Vooral door het feit dat er binnen de 'grote' ontwikkeling meerdere deelgebieden zijn, kun je goed zien hoever een kind in een bepaalde ontwikkeling zit en hoever het op de leeftijd moet of had moeten zijn.

Wat heb je daarvan geleerd?

Ik heb daarvan geleerd dat het prettig is om op verschillende deelgebieden naar de ontwikkeling van kinderen te kunnen kijken.

Wat ben je van plan met deze nieuwe kennis en inzichten te gaan doen in de stage?

Ik wil op mijn stage gaan kijken welk leerlingvolgsysteem zij hanteren en of dit ook voor mij prettig zou werken. Ik wil dit vergelijken met het leerlingvolgsysteem van Dick memelink en kijken welke voor- en nadelen er aan beide systemen zitten.

Bijeenkomst 3

Toen was ik helaas ziek en dus niet aanwezig:(

Toepassingskaart 1, Mindmap

Dit is mijn mindmap

5 Leerdoelen voor periode 1

Lesdoelen voor periode 1:

Voor deze periode moeten we 5 lesdoelen formuleren. Dus waaraan we deze periode willen werken. Ik heb de volgende lesdoelen voor mezelf opgesteld:

-Aan het einde van periode 1 wil ik meer inzicht hebben in hoe je het talentmodel kunt toepassen ter verbetering van leerproblemen bij kinderen.

-Aan het einde van periode 1 wil ik meer inzicht hebben hoe het leerproces in de hersenen van kinderen plaatsvindt bij met name taal en rekenen.

-Aan het einde van periode 1 heb ik een paar weken stage gelopen op een binnenstadsschool en kan ik de eerste overeenkomsten en verschillen zien met het reguliere basisonderwijs.

-Aan het einde van periode 1 sluit ik mijn vakverdiepingen af met een voldoende.

-Aan het einde van periode 1 heb ik een onderwerp gekozen voor mijn opdracht van onderzoek en onderwijsontwikkeling en weet ik in grote lijnen wat ik hiermee wil bereiken.

Bijeenkomst week 36

Wat was nieuw voor je?

Wat nieuw was voor mij, was dat ik er eigenlijk nooit bij na heb gedacht dat de hersenen zoveel invloed hebben op ons leren en dat elk stukje zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Eigenlijk is dat heel logisch maar ik heb er nooit zo bij nagedacht. Het was meer vanzelfsprekend. Ook heb ik geleerd dat je kinderen dingen waar ze niet goed in zijn, zoals taal of rekenen, beter kunt leren als je kijkt naar de dingen die ze wel kunnen. Op die manier kun je ze ook helpen op de gebieden waar ze wat zwakker zijn.

Wat heb je daarvan geleerd?

Ik heb hiervan geleerd dat Je niet alleen naar de gebreken van een kind moet kijken (wat het niet kan) maar juist naar de talenten (wat het kind wel goed kan). Zo kun je een kind op een ook voor het kind fijne manier helpen om zich op zwakke gebieden te verbeteren.

Wat ben je van plan met deze nieuwe kennis en inzichten te gaan doen in de stage?

Ik loop op het moment nog geen stage maar ik ben van plan (en dat was ik vorig jaar al) om meer te gaan kijken naar de ontwikkelingspsychologie en leerproblemen bij kinderen en hoe je een kind hier het beste mee kunt begeleiden. Dit is natuurlijk voor ieder kind anders maar het lijkt me erg leerzaam meer inzicht te krijgen in hoe je leerproblemen bij kinderen kunt aanpakken met behulp van het talentmodel.